Politiek moet publieke omroep dwingen om duidelijke definities te hanteren

Dinsdag 8 december jl. sprak de Eerste Kamer over het wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet met een aantal deskundigen uit het veld. Een punt dat daarbij nauwelijks ter sprake kwam is dat artikel 2.1 van het wetsvoorstel de publieke omroep alle ruimte zal bieden om de concentratie op de kerntaken alsnog te omzeilen. In dat artikel wordt namelijk gesteld dat amusement mag worden ingezet als middel om een informatief, cultureel of educatief doel te bereiken of een breed en divers publiek te trekken zodat deze doelen onder de aandacht worden gebracht.

Volgens berekeningen van de werkgroep APO besteedt de NPO in 2015 210 miljoen euro (54% van het totale programmabudget) aan amusementsprogramma´s. Deze programma´s worden echter voor het grootste deel ondergebracht in categorieën met verhullende namen als human interest, kennis en service, en opinie. Het gebruik van dergelijke, onduidelijk gedefinieerde categorieën maakt dat de politiek niet in staat is om te controleren of de publieke omroep zijn wettelijke kerntaken daadwerkelijk centraal stelt.

Zolang de politiek de publieke omroep niet dwingt om duidelijke definities te hanteren van de verschillende categorieën en de publieke omroep  zich niet hoeft te verantwoorden over de indeling in programmacategorieën, zal van de aangekondigde concentratie op de kerntaken weinig of niets terecht komen.

Sterker nog, door de afhankelijkheid van de STER-inkomsten zal de focus van de publieke omroep blijven gericht blijven op kijkcijfers en marktaandelen en moet gevreesd worden dat de publieke omroep eerder meer dan minder budget zal besteden aan amusement en daar bovendien zo min mogelijk transparant over is.

Op dinsdag 15 december levert de Eerste Kamer een inbreng voor het Nader Voorlopig Verslag over de wijziging van de Mediawet..